Slaaggrens examens
Er is nog wel eens onduidelijkheid over het aantal vragen dat een inburgeraar goed moet hebben om voor het centrale inburgeringsexamen te slagen. Daarom hebben we de gegevens hier voor u op een rijtje gezet.
Toets Gesproken Nederlands
De Toets Gesproken Nederlands bestaat uit 48 opgaven. De kandidaat kan een score halen tussen 10 en 80 punten. Om te slagen moet de kandidaat minimaal 37 punten halen.
Kennis van de Nederlandse Samenleving
Tijdens het examen Kennis van de Nederlandse Samenleving krijgt de kandidaat een aantal korte filmpjes te zien. Bij die filmpjes horen vragen. Bij het ene filmpje horen meer vragen dan bij het andere, daardoor is het examen niet altijd even lang. De meeste examens hebben 43 vragen, maar het kan ook voorkomen dat een examen minder vragen heeft. Voor de kans om het examen te halen maakt dat niet uit; de kandidaat moet minimaal 62 procent van de vragen goed beantwoorden om te slagen.
Elektronisch Praktijkexamen
Tijdens het Elektronisch Praktijkexamen krijgt de kandidaat op het computerscherm een aantal praktijksituaties te zien, bijvoorbeeld iemand die lid wil worden van de bibliotheek, of iemand die een gesprekje heeft met zijn chef op het werk. Bij deze praktijksituaties horen vragen. Bij de ene praktijksituatie horen meer vragen dan bij de andere. Daardoor is ook dit examen niet altijd even lang. De meeste examens hebben 43 vragen, maar het komt ook voor dat een examen minder vragen heeft. Om te slagen moet de kandidaat minimaal 73 procent van de vragen goed beantwoorden.
Korte Vrijstellingstoets
Tijdens de Korte Vrijstellingstoets krijgt de kandidaat ook een aantal korte filmpjes te zien. Bij het ene filmpje horen meer vragen dan bij het andere, waardoor de toets niet voor iedereen even lang is. Gemiddeld bestaat een toets uit 30 vragen, maar het kan ook zijn dat een examen uit 28 of 32 vragen bestaat. De kandidaat moet minimaal 74 procent van de vragen goed beantwoorden om te slagen.
Vraag en antwoord
In 3 stappen antwoord op je vraag.
