Praktijkexamen
Het praktijkdeel van het inburgeringsexamen kent 3 vormen; assessments, een portfolio of een combinatie van beide. De inburgeringsplichtige kiest zelf in welke vorm hij het praktijkexamen wil afleggen. Het praktijkexamen toetst hoe taalvaardig de kandidaat is.
Assessments
Bij assessments gaat het om praktijkopdrachten, zoals het voeren van een (gesimuleerd) sollicitatiegesprek of een gesprek van tien minuten op de basisschool van het kind. De assessments worden beoordeeld door een examinator/assessor.
Assessments kunnen alleen door een aangewezen exameninstellingen worden afgenomen. Het KwaliteitsCentrum Examinering (KCE) verzorgt de aanwijzing van deze instellingen.
Portfolio
Het portfolio is een verzameling van bewijzen waaruit blijkt dat de inburgeringsplichtige in begrijpelijk Nederlands gesprekken heeft gevoerd, bijvoorbeeld met een medewerker van het gemeentehuis of een consultatiebureau. Er is een modelportfolio ontwikkeld voor het domein Werk, OGO (Opvoeding, Gezondheidszorg en Onderwijs), Maatschappelijke participatie en Ondernemerschap.In het panelgesprek worden de mondelinge en schriftelijke taalvaardigheden van de inburgeraar getoetst. In het mondelinge deel moet de inburgeraar op A2-niveau een gesprek kunnen voeren over de inhoud van het portfolio. Daarnaast moet de inburgeraar een schrijftaak maken. Deze taak kan op niveau A1 of niveau A2 worden uitgevoerd. De inburgeraar moet op beide onderdelen voldoende halen om voor het praktijkdeel te slagen.
Combinatie van assessments en portfolio
Ook een combinatie van assessments en portfolio is mogelijk. Een dergelijke combinatie zal zich vooral voordoen bij een opleiding, waar bepaalde onderwerpen in de klas worden behandeld en de cursisten vervolgens ‘naar buiten worden gestuurd’ om te oefenen. Dit examen wordt afgenomen bij een aangewezen exameninstelling.Vrije keuze
De keuze voor assesment of portfolio is een zaak van de inburgeringsplichtige, de gemeente en de opleidingsinstelling. Hiervoor bestaan geen wettelijke regels.Toetslastvermindering decentrale praktijkexamens
Met ingang van 1 maart 2010 is de toetslast van het praktijkdeel van het inburgeringsexamen verlicht. Concreet betekent dit dat de kandidaat voor het decentrale praktijkexamen:
20 bewijsstukken dient te verzamelen (afgesloten door een panelgesprek) of
vier assessments dient af te leggen of
10 portfoliobewijzen dient te verzamelen in combinatie met twee assessments (de gecombineerde route).
De kandidaat kan dus nog steeds kiezen uit drie routes. Een geestelijk bedienaar die het ‘bijzonder praktijkdeel’ aflegt, moet 20 portfoliobewijzen verzamelen en twee assessments afleggen. Voor zowel de portfolio’s als de assessments geldt dat ze volgens de voorgeschreven domeinen moeten worden verzameld en op de voorgeschreven wijze moeten worden afgelegd. De nieuwe modelportfolio’s staan op onze site.
