Exameninstellingen

Het inburgeringsexamen bestaat uit een praktijkexamen en een centraal examen. Het praktijkexamen wordt afgenomen door aangewezen exameninstellingen en het centraal examen door DUO. De verwachting is dat een inburgeringsplichtige eerst het praktijkexamen en daarna het centraal examen af zal leggen. Maar deze volgorde is niet verplicht. 

Tijdens het praktijkexamen worden vijf functionele taalvaardigheden getoetst: spreken, luisteren, lezen, schrijven en gespreksvaardigheid. Om deze functionele taalvaardigheden te kunnen toetsen is een aantal cruciale praktijksituaties (CP's) beschreven. In die cruciale praktijksituaties moet een inburgeringsplichtige effectief in het Nederlands kunnen communiceren. 

Als de inburgeringsplichtige ervoor kiest om het praktijkexamen te doen via een portfolio, kan hij ook terecht bij DUO.