Elektronisch Praktijkexamen

Het Elektronisch Praktijkexamen doet u op de computer. Tijdens het examen krijgt u praktijksituaties te zien. Bijvoorbeeld van iemand die lid wil worden van de bibliotheek. Of van iemand die praat met zijn chef op het werk. Over deze praktijksituaties krijgt u vragen.

De meeste examens hebben ongeveer 43 vragen. Hieronder ziet u hoeveel procent van de vragen u goed moet beantwoorden om het examen te halen.

Elektronisch Praktijkexamen
ProfielNiveauProcent van de vragen goed beantwoorden
WerkNiveau A168 procent
WerkNiveau A273 procent
Onderwijs Gezondheid en OpvoedingNiveau A166 procent
Onderwijs Gezondheid en OpvoedingNiveau A270 procent
Maatschappelijke ParticipatieNiveau A176 procent
Maatschappelijke ParticipatieNiveau A279 procent
Bij het profiel Ondernemerschap gelden andere percentages. Het Elektronisch Praktijkexamen met het profiel Ondernemerschap is nog een nieuw examen. Daarom wordt dit examens maar 1 keer per maand afgenomen. DUO kijkt of het examen niet te moeilijk of te makkelijk was. Dat gebeurt als alle kandidaten het examen gemaakt hebben. Alle antwoorden worden nog een keer gecontroleerd. Daarna wordt vastgesteld hoeveel procent van de vragen u goed moet hebben om te slagen. U krijgt 60 minuten de tijd om het examen te maken. Op de computer kunt u zien hoe ver u bent.

Twee delen

Het praktijkexamen bestaat uit 2 delen. Het eerste deel zijn vragen die iedereen krijgt. Dit zijn vragen over hoe dingen gaan in Nederland. Voor het tweede deel kunt u kiezen uit 4 onderwerpen. Dat zijn Werk, Maatschappelijke Participatie, Ondernemerschap of Onderwijs, gezondheid en opvoeding. Deze onderwerpen noemen we profielen.

Filmpje

Bekijk hieronder het filmpje over het Elektronisch Praktijkexamen.